Biocracked
Approach: the human outcome. Palette: natural.

A tight, low-angle shot of an elderly person's hands gripping a smooth wooden cane at the top of a sunlit garden path. The hands are weathered and slightly tremulous, with visible veins and thin, spotted skin. Behind them, the blurred figure of a seated older man in a cardigan is just recognizable, with his face out of frame. Warm late-morning daylight comes from the side and picks out the grain of the wood and the texture of the skin. The background is soft green foliage and a gravel path in shallow depth of field. The tones are plant greens, honeyed wood and natural skin. A single fresh leaf in vivid electric green sits in the lower foreground. The mood is quiet, honest and reflective, and it suggests fragility without drama.
Longevity

Senioren met frailiteit hebben lager bloed‑NAD+. Wat betekent dit voor NMN en NR?

Helix Ward · · 4 min read

Senioren met frailiteit hebben lager bloed‑NAD+. Wat dit betekent voor NMN en NR

Een nieuwe studie in GeroScience meldt dat oudere volwassenen met frailiteit lagere NAD+-concentraties in hun bloed hadden. Het is verleidelijk om dit te interpreteren als: “NAD+-boosters zouden frailiteit kunnen voorkomen.” De data ondersteunen die lezing niet. Hieronder wat de studie vond, waar ze tekortschiet, en wat het betekent als je NMN of NR overweegt.

Wat de onderzoekers deden

Shida en collega's analyseerden 529 in de gemeenschap levende volwassenen van 65 jaar en ouder uit de 2025‑editie van de Itabashi Longitudinal Study on Aging in Japan. Ongeveer 54 % was vrouw. Ze maten totaal‑bloed‑NAD+ en beoordeelden frailiteit met de herziene Japanse criteria van de Cardiovascular Health Study.

Slechts 32 deelnemers (6,0 %) voldeden aan de criteria voor frailiteit. Die kleine groep is belangrijk voor alles wat volgt.

De kerncijfers

  • Mediaan totaal‑bloed‑NAD+ was 24,00 µmol/L bij fraiele deelnemers versus 25,00 µmol/L bij niet‑fraiele deelnemers (P = 0,007).
  • Na correctie voor leeftijd, geslacht en nuchtere tijd was elke 1 µmol/L hoger NAD+ geassocieerd met een lagere kans op frailiteit (OR 0,871; 95 % CI 0,780‑0,970). Dat komt neer op ongeveer 13 % minder kans per eenheid.
  • Splines‑analyse toonde geen duidelijk bewijs van non‑lineariteit, dus de relatie leek ruwweg lineair over het bestudeerde bereik.
  • Een Firth‑penalized‑likelihood‑regressie, geschikt voor een klein aantal gebeurtenissen en een bredere covariaten‑aanpassing, leverde een gelijkwaardig resultaat (OR 0,880; 95 % CI 0,782‑0,986).

De kanttekening: hematocriet

Wanneer de auteurs bovendien corrigeerden voor hematocriet – het aandeel rode bloedcellen in het bloedvolume – verzwakte de associatie. Het odds‑ratio steeg naar 0,911 en het betrouwbaarheids‑interval (0,800‑1,034) omvat nu 1, wat betekent dat een nul‑effect niet kan worden uitgesloten.

Dit past bij een plausibel alternatief: totaal‑bloed‑NAD+ wordt sterk beïnvloed door rode bloedcellen, zodat het deels de samenstelling van bloedcellen weerspiegelt (bijvoorbeeld anemie of andere aandoeningen die vaak voorkomen bij frailiteit), in plaats van de NAD+‑status in spieren, hersenen of andere weefsels. De auteurs stellen zelf dat de bloedcel‑samenstelling “een deel van het verband kan verklaren” en dat cel‑ en weefsel‑specifieke metingen nodig zijn.

Waarom dit niet aantoont dat NAD‑boosters frailiteit voorkomen

  • Het is cross‑sectioneel. Bloed‑NAD+ en frailiteit werden op één moment gemeten. De studie kan dus niet bepalen of een laag NAD+ frailiteit veroorzaakt, of juist omgekeerd, of dat een derde factor beide beïnvloedt. Fraiele personen eten misschien minder, bewegen minder, hebben meer ontstekingen, meer chronische ziekten of een lagere hemoglobinewaarde. Elk van deze factoren kan het bloed‑NAD+ verschuiven.
  • Het verschil is klein. Een medianverschil van één eenheid (24 versus 25 µmol/L) is statistisch detecteerbaar in 529 personen, maar ver van een klinisch relevante biomarker‑kloof; niemand kan hieruit het frailiteitsrisico van een individu afleiden.
  • De fraiele groep is piepklein. Met slechts 32 gevallen zijn de schattingen onstabiel. De brede betrouwbaarheidsintervallen laten zien dat het effect mogelijk nihil is.
  • Totaalbloed is geen spier. Frailiteit draait om spierkracht, mobiliteit, energie en gewichtsverlies. Circulerend NAD+ is een verre proxy voor wat er in skeletspier of het zenuwstelsel gebeurt.
  • Associatie is geen interventie. Zelfs als een laag NAD+ causaal betrokken zou zijn, bewijst dat niet dat suppletie met een precursor de situatie omkeert. Of een precursor de relevante weefsels bereikt, is een aparte vraag.

Wat bekend is over NAD‑precursors

NAD+ speelt een centrale rol in energiemetabolisme, redoxreacties en cellulaire signaalroutes, en het idee dat het met de leeftijd afneemt, heeft veel belangstelling voor nicotinamide riboside (NR) en nicotinamide mononucleotide (NMN) aangewakkerd. Een beknopt overzicht van het menselijk bewijs:

  • Verhoging van bloed‑NAD+ is goed gedocumenteerd. Klinische proeven met NR en NMN hebben consequent een stijging van circulerend NAD+ of de metabolieten laten zien.
  • Functionele voordelen zijn minder consistent. Sommige kleine studies meldden bescheiden verbeteringen in bijvoorbeeld insulinegevoeligheid of fysieke prestaties. Andere vonden weinig effect op lichaamssamenstelling of mitochondriale functie. Over het algemeen waren de steekproeven klein, de interventieduur kort, en de populaties verschillend.
  • Geen enkele trial heeft aangetoond dat NAD‑precursors klinische frailiteit voorkomen of omkeren. De Itabashi‑studie verandert daar niets aan.

Dit gat tussen biomarker‑verandering en betekenisvolle uitkomsten is het centrale onopgeloste vraagstuk in het veld.

Praktische lessen

  1. Beschouw dit artikel niet als aanleiding om een supplement te gaan gebruiken. Het is een hypothese‑genererende observatie, geen bewijs van voordeel.
  2. Wees wantrouwig ten opzichte van commerciële NAD+‑bloedtesten. De studie suggereert dat totaal‑bloedniveaus verstrengeld zijn met de samenstelling van bloedcellen, wat interpretatie bemoeilijkt.
  3. Pak eerst de bewezen factoren voor frailiteit aan. Weerstandstraining, voldoende eiwit, behandeling van anemie en andere medische aandoeningen, en een medicatie‑review hebben veel sterker bewijs dan welk NAD‑precursor dan ook.
  4. Als je NMN of NR overweegt, bespreek dit met een zorgverlener, zeker als je medicijnen gebruikt, een chronische aandoening of een kankergeschiedenis hebt. Kies producten met een onafhankelijke testcertificering en let op de regelgeving: de status van NMN als supplement is in sommige markten recentelijk gewijzigd, dus controleer de actuele regels in jouw land.
  5. Volg de ontwikkelingen. De bruikbare vervolgstappen zijn longitudinale cohorten die NAD+ over tijd volgen, weefsel‑specifieke metingen, en gerandomiseerde onderzoeken met functionele frailiteit‑eindpunten.

De conclusie

De studie levert een bescheiden, zorgvuldig gerapporteerd datapunt: in dit Japanse cohort hadden oudere volwassenen met frailiteit iets lagere totaal‑bloed‑NAD+. Het signaal verzwakte toen rekening werd gehouden met het volume rode bloedcellen, de fraiele groep was klein, en het onderzoeksontwerp kan geen oorzaak‑gevolgrelatie aantonen. Het ondersteunt verder onderzoek naar NAD+‑metabolisme bij veroudering, maar het bewijst niet dat NAD‑boosters bescherming bieden tegen frailiteit.

Original study

Read the original research on pubmed.ncbi.nlm.nih.gov →

This article summarizes published research for general information. It is not medical advice.

HW

Written by

Helix Ward

Helix Ward writes for Biocracked: biohacking science, longevity & human performance.

Related Articles

Approach 4, conceptual metaphor, in palette D, bold color field.

A single AA-style cylindrical battery, shown as a real physical object with a matte metal casing, stands upright at the center of a saturated tomato-red seamless paper backdrop. Its top half is bright and glossy, while the lower half is scuffed and dull. A thin, crisp line of electric green liquid light fills the clear gauge window along its side, stopping about three-quarters of the way up. Three smaller, identical dead batteries lie tipped over in the foreground, slightly out of focus, to suggest the rival compounds. The camera sits at a low three-quarter angle with a shallow depth of field. A hard, warm key light from the upper left casts a sharp, long shadow across the red surface. The mood is punchy and skeptical: one cell charged, the others spent.
supplements

NMN vs NR vs NADH: één verbetering in uithoudingsvermogen, geen verlichting van vermoeidheid

BY NOVA CHEN ·

Een recent uitgevoerde netwerkanalyse van 27 onderzoeken (1.599 volwassenen) vergeleek NMN, NR, NADH en nicotinamide. De resultaten komen niet overeen met de beloftes uit de supplementen‑marketing. NMN leverde een dosis‑afhankelijke toename in uithoudingsvermogen (SMD = 1,02 bij de hoge dosis). NADH scoorde het best op cognitieve taken, maar alleen in groepen met cognitieve achteruitgang, en het effect bleek gevoelig voor invloedrijke studies. Verrassend genoeg verbeterde geen van de precursors de ervaren vermoeidheid of slaapkwaliteit. Hieronder vind je de rangschikking per domein, de belangrijkste beperkingen en voor wie de supplementen (wel) interessant kunnen zijn.

Approach: conceptual metaphor. Palette: bold color field.

Subject: two identical brushed-steel analog pressure gauges side by side on a saturated mustard-yellow seamless backdrop, shot straight-on at eye level with a 85mm lens. The left gauge's needle swings down toward the low end, the right gauge's needle swings up into the high end, so they point in opposite directions. The dials are blank, with only unlabeled tick marks. A tiny electric green glass indicator lamp glows on the left gauge's rim. Lighting is a large softbox from the upper left, giving crisp highlights on the chrome bezels and short, clean shadows on the yellow surface. Shallow depth of field softens the background edges. Mood: playful, precise and tense, a visual argument between two opposing results.
longevity

NR verlaagt de epigenetische leeftijd van spierweefsel; HIIT duwt die in de tegenovergestelde richting

BY HELIX WARD ·

Zowel nicotinamide‑riboside (NR) als high‑intensity interval training (HIIT) worden geprezen als manieren om spieren jong te houden. Een nieuwe studie in *Aging Cell* laat echter zien dat deze interventies de epigenetische klokken van spierweefsel in tegenovergestelde richtingen kunnen bewegen. Vijf maanden NR‑suppletie waren geassocieerd met een vertraging van de spier‑epigenetische veroudering (met name op de PCHannum‑, MEAT‑ en DunedinPACE‑klokken). HIIT daarentegen versnelde de veroudering volgens de DunedinPACE‑klok. De mogelijke gemeenschappelijke factor lijkt mitochondriale inhoud te zijn, omdat veranderingen hierin correleerden met de MEAT‑klok. Hieronder vind je wat de studie wel en niet laat zien en hoe je de resultaten kunt interpreteren zonder overreactie.

Approach: Macro science, with a Bold color field palette.

Extreme close-up microscopy-style image of a single microglial cell with fine, branching processes, rendered with the real texture of fluorescence-stained tissue: translucent, slightly granular cell body, delicate ramified arms reaching across the frame. Shot from straight overhead through a microscope objective with shallow depth of field, so the outer branches soften into blur. The cell is a luminous, warm ivory-white with a few small electric green (#00e676) points of light along its branches. Behind it is a saturated, even magenta backdrop with subtle tissue grain. Lighting is crisp and backlit, with gentle glow around the edges and no harsh shadows. The mood is curious and precise, with a quiet sense of renewal. No text or labels.
longevity

Muizenstudie: NR verplaatste verouderde hersencellen naar een jeugdiger profiel

BY NOVA CHEN ·

In een nieuw GeroScience‑onderzoek kregen 22‑maanden‑oude muizen acht weken lang nicotinamide‑riboside (NR). Ze scoorden beter op geheugen‑ en nestbouwtests en hun hersen‑immuuncellen leken op die van jonge muizen. Het betreft een muizenstudie, dus de resultaten gelden niet automatisch voor mensen. De dosis was 400 mg/kg, ver boven de hoeveelheden die mensen innemen, en de samenvatting meldt alleen mannelijke muizen.

**Approach: Human outcome. Palette: warm (B).**

Extreme close-up, slightly high angle, of a woman's scalp parting in her 40s. Dense, glossy chestnut-brown hair is split by a fine comb. Short new hairs rise from the visible scalp skin, and a few strands catch the light. Faces and identity are out of frame. Low golden-hour window light enters from camera left and rim-lights the strands in honey and copper. Shadows stay warm brown, with no blue cast. The shallow depth of field blurs the background hair into soft amber bokeh. A thin steel trichoscopy probe tip sits at the edge of the frame, and a tiny electric green LED glints on its housing as the only accent. The mood is hopeful but scrutinizing, like a clinical check-up with a cautious eye.
supplements

NMN verhoogt haardichtheid met 57 % in een proef op mensen — met een grote kanttekening

BY NOVA CHEN ·

NMN, de NAD⁺‑versterker die populair is bij fans van levensverlenging, is nu voor het eerst getest op haar bij mensen. In een pilot van twaalf weken met vijftien vrouwen tussen de 40 en 50 jaar steeg de dichtheid van anagene haren van 55,9 naar 87,7 per cm² en de haardiameter van 75,3 naar 78,8 µm. De deelnemers rapporteerden bovendien meer glans, elasticiteit en volume. Er was echter geen placebogroep, de steekproef is klein en de auteurs hebben banden met een NMN‑leverancier. Hieronder vindt u de cijfers, wat ze wel en niet kunnen aantonen, en voor wie de resultaten wel of niet relevant zijn.

This page is available in